Camino 18

Van een lastige hond en een snelle auto

Soms heb je van die dagen dat het een beetje tegenzit. Zo’n dag had ik ook op de camino. Ik had een beetje last van mijn enkel en besloot rustiger aan te doen.

Vanessa was al vooruit gegaan en we zouden elkaar ergens in een dorpje ontmoeten. Waar precies daar zouden we elkaar een smsje over sturen. En dat verliep niet zonder problemen.

1. In het gebied waar we zaten, hadden we niet overal bereik. Als het dan al lukte om een berichtje te sturen, dan kwam het veel later aan.

2. Vanessa dacht dat er maar 1 dorpje was dat St. Eulalie heette. Er bleken 3 dorpjes met bijna dezelfde naam. ‘Ik sta nu op het plein, waar ben jij?’ heb ik 2x moeten verzenden.

3. Opeens zag ik in een dorpje een telefooncel: even bellen was handiger dan al die berichtjes! Ik zette mijn rugzak tegen de telefooncel en duwde de deur open. Terwijl ik haar nummer opzocht, kwam er opeens een hond aan, tilde zijn poot op en plaste een hele lange plas tegen….. mijn rugzak. Een vrouw kwam meteen aanlopen: il n’a jamais fait ça! (dat heeft ie nog nooit gedaan). Nee, dat kon wel zijn maar vanaf nu kon ze dat niet meer zeggen. Vanessa hoorde mijn kreet van afschuw waarschijnlijk wel, maar ik vergat het gesprek en hing op.

Voor ik het wist ging ik met de bazin van de hond (én de hond) mee naar haar huis om de rugzak door haar professioneel te laten schoonmaken. Het huis lag wat verderop en ik moest 4 trappen op en hield de rugzak ver van me af. Boven zaten nog meer honden en die vonden mijn rugzak interessant materiaal. Ondertussen liep ik nu Vanessa mis, dat zou ik zelfs met hardlopen niet inhalen.

Toen de rugzak schoongemaakt was, verliet ik snel het huis. Na een tijdje lopen zag ik opeens dat het halve dorp achter me aan liep en er werd iets geroepen. Ik stopte. Het bleek dat ik mijn kaart was vergeten en de vrouw had wat mensen ingeschakeld die mij allemaal probeerden in te halen. Blijkbaar liep ik erg hard.

Het bleek dat het niet de gehele kaart was, dus moest ik weer terug naar het huis… Wat een vertraging. Ik besloot te gaan liften toen ik eenmaal met de redelijk schone rugzak (die wel erg naar afwasmiddel stonk) én de gehele kaart en wat koekjes van dorpsbewoners het dorp had verlaten.

Aan het mannetje dat me een lift geeft, vertel ik van mijn pech en dat ik probeerde Vanessa weer te bereiken. Hij maakt er zijn persoonlijke missie van en scheurt weg terwijl hij roept: ‘On va la rattrapper, mais oui, on va la rattrapper!’ (we gaan haar inhalen!).

Uiteindelijk bereiken we het Echte dorpje Eulalie. Vanessa is nergens te bekennen. Ik neem plaats op een centrale plek in het dorp. Nog geen 10 minuten later komt Vanessa de hoek om lopen en we kijken elkaar lachend aan. ‘Nou Juffie, leg jij me nou maar eens uit wat er allemaal gebeurde in die telefooncel!’

Camino 17




Zoals veel Pelgrims is het toch raar om dan uiteindelijk in Santiago aan te komen. Dagen ervoor ben je nog aan het zwoegen in de hitte, de regen of kou en ‘opeens’ ben je er dan.

Toevallig komen wij op een zondag heel vroeg Santiago binnen wandelen. Het is er uitgestorven en we moeten zoeken naar een cafe dat al open is. We komen andere pelgrims tegen en het lijkt wel een Groot Knuffelfestival. Iedereen valt iedereen in de armen. We kunnen geen meter verzetten of er klinkt weer een kreet van herkenning. Je voelt je alsof je in een groot dorp bent opgegroeid. We moeten elke keer weer iets gaan drinken met vrienden die steeds filosofischer worden.

We hadden het nergens gelezen maar we weten heel snel wat je doet als je in Santiago bent aangekomen. Het is lekker duidelijk: je moet iets gaan drinken met je vrienden, je gaat naar de mis (waar je ook iedereen omhelst die je vaag kent, op de camino voorbij bent gelopen, of die ergens in een slaapzaal snurkte waar jij ook was), je haalt je certificaat, je gaat eten bij Casa Manolo en ’s avonds ga je eindeloos drinken met heel veel vrienden die je nog niet kende. Je schrijft (en ontvangt) emailadressen op bierviltjes en je belooft te schrijven. Je krijgt uitnodigingen van Canada tot Brazilië. Je raakt gewend aan al die positieve mensen en gedachten. ‘Dit is toch het leven’ denk je al even filosofisch als alle anderen.

Toch zijn oud-pelgrims mensen als alle andere mensen. Ja heus. De meesten schaffen een totaal nieuwe garderobe aan en je ziet wonderlijk schone, frisse, modieuze mensen die je niet meteen herkent. Ze hebben geen rugzak om maar plastic tassen in hun hand en gedragen zich als toeristen: ze kopen ansichtkaarten en nemen de tijd voor foto’s. Ze zitten in internetcafe’s en ‘doen lekker duur’.

Wij doen ook ‘duur’ en overnachten in een hostal. Als we teruglopen op zoek naar onze slaapplek komen we vrienden tegen die net als wij moeite hebben met het stratenpatroon van Santiago. We helpen elkaar met de weg en komen er achter dat wij juist naar links moeten en zij juist naar rechts.

Uiteindelijk lukt het ons het hostal terug te vinden. De volgende dag nemen we ons voor de trein te nemen. Dat lukt pas een dag later omdat het hele patroon van omhelzen, drinken, weer omhelzen, emailadressen uitwisselen en filosofische dingen roepen nog een dag doorgaat en we de trein missen.

De dag erop zitten we dan toch in de trein. De treinreis naar Zuid-Frankrijk duurt dan nog 12 uur maar gelukkig zit er een bar in de trein. Met camino-vrienden.

Camino 16

Lezen doe ik graag. Er liggen altijd wel een paar boeken naast mijn bed. Zelden beperk ik me tot één boek, of één onderwerp. Het is fijn om wat keuze te hebben.

Als ik echter aan het reizen ben, dan neem ik niet veel boeken mee. Vooral niet als ik ze zelf moet dragen. Dan neem ik hooguit een dun boekje mee en scheur er elke dag de bladzijden uit die ik al gelezen heb. Dat scheelt gewicht.

Misschien hanteerde degene die in Conques (een halteplaats op de Route naar Santiago) een boek achterliet, ook wel mijn ‘scheurmethode’.

Vertaling:’Nadat ik dit testament heb gekocht, bied ik dit boek aan. Ik heb het gelezen en het heeft me erg geholpen mijn geloof te verdiepen. * Helaas ontbreekt er een klein gedeelte.

Camino 15

Op z’n tijd pauze houden is heel belangrijk. Een Afrikaans spreekwoord zegt: ‘Hebt u haast? Ga dan even zitten.’Toen ik nog aan het wandelen was op de camino, heb ik gelukkig weinig regenachtig weer gehad. Het is echter niet zo dat het altijd zonnig weer was. Maar ach, het doet niemand kwaad als ik er achteraf een zonnetje aan toevoeg. Pauzes verzin ik trouwens niet en heb ik wèl echt gehouden. In Figeac bijvoorbeeld.

Ik belandde in een uitstekende nieuwe gîte die gerund werd door Meneertje Praatgraag uit Ile de Réunion. Ook voor hem had ik alle tijd en hij had zo mogelijk nog meer tijd voor mij. Terwijl ik een hele aardige maaltijd in elkaar flanste op maar 1 elektrische kookplaat, bleef hij enthousiast doorkletsen over hoe lekker en gezond het is om te wokken.

Niets bracht mij van slag. Ik had immers pauze! Ik mocht bij hem internetten thuis en moest en zou zijn Nederlandse vrienden die langskwamen leren kennen. Als je allebei dezelfde nationaliteit hebt en je bent in het buitenland, dan valt er niets anders te doen dan vriendschap te sluiten. En zeker als je pauze houdt. Dan heb je de tijd. De hele dag leerde ik maar mensen kennen. De vrienden van Meneertje Praatgraag hadden weer vrienden. Ik kwam “vrienden” tegen bij de bakker, op het terras en op de markt.

Aan het einde van de dag raakte ik een beetje uitgeput van mijn pauze en besloot dat ik de volgende dag verder zou gaan. Je kunt overdrijven met teveel pauze.

Later die week zei een wandelaar tegen me: ‘Heb je een rustdag gehouden? Dat lijkt me zo saai. Dan spreek je amper iemand en je kent niemand in zo’n stadje. Zo’n dag zou me veel te lang lijken’.