“Bibliotheken hebben me opgevoed”

“Ik geloof niet in academies en universiteiten. Ik zat tien jaar lang drie dagen per week in de bibliotheek” zei Ray Bradbury, schrijver. Hij overleed op 5 juni 2012 op 91 jarige leeftijd,  zo lees ik in Naschrift (necrologie) in Trouw, geschreven door Frans Dijkstra.

Een fascinerende man, die Ray. Eigenzinnig: hij kon niet autorijden en fietste altijd. Voor een Nederlander zou dat nog niet eens zo bijzonder zijn, Ray woonde echter in Los Angeles. Vijftig jaar lang in hetzelfde huis.

Bijzondere verhalen vertellen was zijn vak en de verhalen markeren zelfs de belangrijke momenten in zijn leven.  Een verhaal over hoe hij met schrijven begon op twaalfjarige leeftijd (vanwege een goochelaar, Mr. Electrico), de ontmoeting met zijn vrouw (ze werkte in een boekwinkel en dacht dat hij boeken kwam stelen. Verzonnen verhalen of de juiste weergave van deze ontmoetingen?

Een man die leefde van zijn fantasie. Hij doet me aan Marten Toonder denken van wie ik net de mooi geschreven autobiografie ‘ Vroeger was de aarde plat’ aan het lezen ben.

Dat ik vandaag weer een column schrijf, komt omdat ik lees dat Ray Bradbury zijn hele leven lang tot kort voor zijn dood duizend woorden per dag heeft geschreven. Potverdorie, dat haal ik nooit meer in. bijna 80 jaar lang duizend woorden per dag.

Deze column telt 242 woorden.

(Fahrenheit 451- de temperatuur waarop papier vlam vat- is een bekend boek van Bradbury en werd in 1966 verfilmd door Francois Truffaut)

Advertenties

Reacties staat uit voor “Bibliotheken hebben me opgevoed”

Opgeslagen onder Humor, Inspiratie, Taal

Reacties zijn gesloten.