Categorie archief: Camino de Santiago

Laat mij maar lopen op schoenen die me passen

IMG_6396

Goede schoenen

Eindelijk heeft Carlos (een caminoganger uit het programma “#laatmijmaarlopen”) schoenen gekocht die goed passen en zie…. er is geen enkel probleem, hij loopt als een kievit. Wel moesten we eerst nog met hem mee lijden vanwege die te kleine schoenen, blaren met vuil erin, een Spaans ziekenhuis dat een verkeerde diagnose stelt (infectie scheenbeen) om tot slot tot de conclusie te komen dat goede schoenen veel waard zijn.

Een zware en barre tocht

FOTO_337

De omroep MAX beschrijft de camino-tocht naar Santiago de Compostella als een zware en barre tocht maar dat is zwaar…. overdreven. Het wordt wel zwaar en bar als je te kleine schoenen aandoet, teveel bagage meeneemt en MAX (een ander) laat besluiten hoe ver je elke dag loopt en onvoorbereid op pad gaat. En het scheelt als je in de lente gaat lopen.

Niet teveel bagage

We vragen ons elke keer af wat er in die “doggy bag” van Marcella zit. Wat neemt ze toch allemaal mee? Het is geen wonder dat ze geen plek meer heeft(“Ik moet dingen een plek geven maar ik vraag me af of ik nog wel plek over heb”). Van alle kledingstukken die je mee kunt nemen zijn sokken het allerbelangrijkste, een paar t-shirts en 1 dikkere trui/fleece en iets voor op je hoofd. Zorg dat het snel droogt en qua kleur: niet al te licht, qua gewicht: niet al te zwaar. Het is zonde om allemaal nieuwe dingen te kopen want het wordt er door zweet en de banden van de rugzak die erover heen zitten niet mooier op. Verder lijkt het me handiger om met 2 stokken te lopen in plaats van 1 zoals Sam doet.

Klein maar fijn

Als je trouwens bang bent teveel mee te nemen, dan kan ik aanraden om een kleine rugzak aan te schaffen. Je moet thuis bezuinigen op wat je meeneemt en ook ik had voldoende bij me met een rugzak van 30 liter (die rode op de foto bij het standbeeld). Er moet immers zeker een liter water mee kunnen. Toiletartikelen: daar heb je bijzonder weinig van nodig. Waarom grote flessen shampoo, enorme stukken zeep en allerlei crème meenemen? Er zijn langs de camino veel plekken waar je achter kunt laten wat je niet nodig hebt zodat een ander er wat aan heeft. Ik kan jullie verzekeren dat er altijd veel grote flessen shampoo, conditioner en potten met crème stonden. Bovendien: je gaat niet de jungle in, er zijn winkels in dorpjes en grotere plaatsen. Je leert om te delen langs de camino. Een bak kersen is te groot? Wie wil er wat? Je stuk zeep te groot? Er is vast wel iemand die iets nodig heeft. Als je dan toch iets mee wilt nemen:zalf voor je voeten!

Gewoon gaan hoor

Je niet teveel aantrekken van deze wandelaars die het in allerlei opzichten veel te zwaar hebben.

Internationaal

Je zou door dit programma kunnen denken dat je de hele tijd met Nederlanders loopt.Dat is helemaal niet zo. Vertrek gerust alleen, als je graag met anderen loopt dan ontstaat dat vanzelf en als je het fijn vindt om na een tijdje weer afscheid te nemen is het ook prima: de camino is het leven in het klein: kennismaken, samen optrekken en weer afscheid nemen en herinneringen koesteren.

Het is erg handig als je een andere taal spreekt want er lopen veel Fransen, Spanjaarden maar ook allerlei andere nationaliteiten. Als je je alleen maar tot Nederlanders richt dan mis je dat.  Ontmoet wereldburgers! Wees zelf een wereldburger!

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Alledaagse dingen, Camino de Santiago, Inspiratie, Spanje, Verhalen, Wandelen

Laat mij maar lopen – camino

FOTO_300Bagage 

Wonderlijk wat ik allemaal aan die (wel erg volle) rugzakken zie hangen. Dat loopt toch niet lekker, zo’n wiebelend plastic zakje aan je rugzak geknoopt? Benieuwd wat daar dan inzit…

Schoenen

schoonmakenDie arme Carlos heeft te kleine schoenen gekocht. Hadden de makers van het tv programma #Laatzemaarlopen geen tijd om hen een beetje te helpen met de voorbereiding? Schoenen, je bagage, dát is het allerbelangrijkste en dan vooral ook dat je ze getest hebt en ingelopen. Of is het juist de bedoeling dat we die problemen zien? Sneu om te zien hoeveel last hij ervan heeft. Als je de camino loopt om pijn te verwerken hoef je er niet nog eens fysieke pijn bij of zou men dat als de ultieme vorm voor verwerking zien?

Welke route kies je naar Santiago?

Voor iedereen die thuis denkt: o die hitte, geen schaduw en wat is het zwaar: er zijn andere routes. Je hoeft niet meteen 26km op een dag te lopen en lang niet alle gedeelten zijn zo vlak en zonder schaduw. Landschappelijk gezien was een groot gedeelte in Frankrijk heel anders op de camino frances

Je kent elkaar niet

“De pelgrims kennen elkaar nog niet” hoor ik de voice-over op tv zeggen. De pelgrims uit het programma hebben een t-shirt aan waarop staat “laat ze maar lopen”. Ze zullen dus niet alleen elkaar snel herkennen en snel herkend worden.Trouwens, pelgrims kennen elkaar sowieso niet, toch?

Het heeft wel wat nadelen hoor ik, zo’n tv-groep wandelaars. “Leden van de groep mogen pas op hun kamer als ze er alle 7 zijn! “Ik geloof dat ik dan op een langzame wandelaar in zou praten 😉 “Joh, ik betaal het wel als je de bus neemt. Gewoon doen hoor!” Normaal gesproken loop je niet “samen” met mensen die een geheel ander tempo hebben. Behalve dan mogelijk de pelgrims die besluiten samen te vertrekken. Daar kwam ik er destijds ook een aantal van tegen. Ze liepen niet allemaal tot het einde samen. Als er iets belangrijk is, is het namelijk te lopen in je eigen tempo. Je tempo bepaalt min of meer of je bepaalde mensen vaker tegenkomt in de albergue (die leer je dan wel kennen) Sommige wandelaars zie je maar één keer omdat ze langere afstanden lopen, of juist veel korter of andere vervoersmiddelen hebben (er zijn er die doen de camino te paard)

Harder kan ik niet!

Ik sprak een Duitse vrouw op de camino die ongeveer 8 km per dag liep en haar zag ik maar één keer. Zij zei dat ze dat ze niet harder kon. Ze probeerde gezonder te gaan leven en eten en de camino moest haar daarbij helpen maar zo bekende ze “ik eet teveel snoep en troep”. ’s Middags kwam er veel geritsel met plastic zakjes vanaf haar bed. Ze las het boek van Hape Kerkeling – Ich bin dann mal weg (het boek dat hij schreef over zijn camino-ervaringen) Het wandelen ging haar niet gemakkelijk af en datzelfde had ze met het leven (zo zei ze) en ondanks de geringe afstand “kom ik toch altijd vooruit”. Ik hoop dat dit inmiddels ook voor haar leven geldt.

Gele pijl

We maakten er vaak grapjes over op de camino die zo gemakkelijk te lopen is vanwege de gele pijlen die je overal vindt. We zagen ze zelfs op kliko’s die er blijkbaar altijd stonden (of zouden mensen verdwalen als de kliko’s net een dag ergens anders zouden staan?) Onze gele-pijlen-grapjes gingen dan over het Echte Leven ná de camino. “Wat zou ik graag gele pijlen willen volgen in mijn leven! Dan weet je dát je goed gaat!”

Een tijd lang speelde ik een tijdje met de gedachte om een grote gele pijl in mijn huis te schilderen. Een t-shirt aanschaffen met “laatmijmaarlopen” heb ik nooit overwogen.

 

De bedenker van de gele pijlen

Doordat ik dit tv programma #Laatzemaarlopen volg, leer ik dat het pastoor Don Elías Valiña Sampedro was die al in 1984 grote delen van de Camino Francés opnieuw markeerde. Hij bedacht de gele pijlen die bedevaartgangers op de Spaanse route de weg wijzen naar Santiago de Compostela. Doordat je overal die pijlen ziet wordt het deel van het pelgrimsleven. Grapjes gaan dan over gele pijlen die tot je bed lopen of naar de douche. Ooit liep in op de camino ergens het bos in om een plasje te doen en toen liepen er zomaar wat pelgrims achter me aan. Moest ik ze uitleggen dat ik even van de camino af was. (“O ja, ik dacht al, geen gele pijlen”)

Maak je geen zorgen als de gele pijlen tijdelijk weg zijn. Dan vind je wel weer andere borden of symbolen (schelp).

 

 

2 reacties

Opgeslagen onder Alledaagse dingen, Camino de Santiago, Inspiratie, Spanje, Verhalen

Laat mij maar lopen – vervolg

Vientiane, LaosExpeditie Robinson-achtig.

Nu ik de hele aflevering het tv programma Laat mij maar lopen van omroep Max vanaf het begin heb gekeken is het nog vreemder dan ik al dacht (mijn vorige blog ging hier ook over)

De serie begint met beelden die de indruk geven alsof de deelnemers bezig zijn met een Expeditie Robinson: een hinkende vrouw, een vrouw in tranen, een voetblessure, een oudere man die bijna neerstort in een fauteuil die op de Camino staat, de groep dansend op een pleintje, een eenzame man in een woestijnachtig leeg gebied.  Opzwepende muziek en een indringende voice-over geven het gevoel alsof het om iets heel uitzonderlijks gaat. De serie begint zo’n beetje met het eindpunt: het plein in Santiago.

Salamanco – Via de la Plata – de Zilverroute

FOTO_337

Ja, het is écht waar. Ze starten 500 km zuidelijker in Salamanca. Ze wandelen gemiddeld 25 km per dag en ik kan je verzekeren dat dit erg veel is als je er zo aan begint. Bijzonder dat er gedaan wordt alsof je allemaal gezamenlijk in een kathedraal je pelgrimspaspoort uitgereikt krijgt. Je kunt zo’n pelgrimspaspoort op allerlei plekken aanschaffen, ook al in Nederland. Zo schaf je je pelgrimspaspoort aan.

Ik heb er geloof ik 2 liggen. Een die vol is en de ander die ik weer kan gebruiken als ik nog eens ga lopen. Het verhaal over de Sint Jacobsschelp die je krijgt en zichtbaar moet dragen is nieuw voor mij. Zelf heb ik nooit een schelp gedragen en ik kan me nog wel herinneren dat Marie-Claude die er wel één had, er na een tijdje genoeg van had dat de schelp heen en weer wiebelde op haar rugzak en hem eraf haalde. Is dat verplicht sinds 2018?? Zo moeilijk is het niet om te zien dat iemand de route loopt toch? Alsof iemand met een te volle rugzak die flink doorstapt (of juist loopt te hinken) niet herkenbaar is.

“Overnachtingen zijn geregeld”

Dat zegt de voice-over tenminste. Heeft Omroep Max dat gedaan?

Bij mij was niets geregeld en zo hoort het ook. Het idee is dat je juist wég van alle planning en geregelde zaken een tijdje aan het wandelen slaat, niet dat je in een strakke planning zo snel mogelijk weer iets van je EmmerLijst af kunt strepen.
Bijzonder dat Paquita ze zo hartelijk begroet in de eerste albergue. Met een zoen nog wel. Nog nooit meegemaakt. Welnee. Soms was de albergue nog dicht, soms moest je een tijdje wachten tot je je mocht inschrijven of je liep heel gewoon naar binnen en groette en kreeg een stempeltje.

Mannen en vrouwen slapen door elkaar

Ja, dat herken ik wel. Waar soms wel eens verschil in werd gemaakt: snurkers of geen snurkers en dan was er een ruimte voor de snurkers. Soms als snurkers niet wilden toegeven dat ze snurkten (“Ik, snurken? Hoe kom je erbij!”) bleef die kamer bijna leeg. Bijna, want ik vond het dan wel een goed idee daar te gaan slapen. Gegarandeerd dat ik dan beter sliep dan in de ruimte waar de zogenaamde niet-snurkers sliepen ;-).

Tip: kies de slaapkamer waar de minste mannen slapen want die snurken toch echt vaker én harder. Zorg er ook voor dat je niet bij laatkomers op een kamer wordt ingedeeld want die hebben vaak al een drankje op en dan ….. Juist u weet het.

Bedwantsen

Waarschuwing: ga er NIET op googelen, dan wil je echt niet meer gaan wandelen en durf je nooit meer ergens anders te gaan slapen. Gelukkig heb ik daar nooit last van gehad! Ik kan me wel herinneren dat dokter Laszlo een keer iemand iets aanraadde te gebruiken die in een albergue had geslapen en er last van had. Zijn hele lichaam zat onder de bulten. Dat was een goedkope albergue weet ik nog en wij vonden het er niet zo oké uitzien op die slaapplek. Dat de rugzakken allemaal in een hoes moesten heb ik ook nooit meegemaakt. Er is een hoop veranderd,  of misschien is het wel toeval dat we dit nu net op tv zien (?)

“De lakens waren schoon” hoor ik een deelnemer zeggen. Zelf gebruikte ik mijn eigen lakenzak én mijn eigen lichtgewicht slaapzak. Lakens op de bedden kan ik me niet herinneren…

Bier bestellen

“Dos cervezas” hoor ik Marcella zeggen. Misschien handig als je weet dat tapbier una cana is (denk de tilde boven de n er maar bij) anders hebben ze soms de neiging om je een duur(der) buitenlands biertje te verkopen.  Als je daar zin in hebt moet je dat natuurlijk bestellen…

Eerste etappe Salamanca – Urbanizacion El Chinerall 23 kilometer

Ongeveer zes uur lopen om mee te beginnen: veel te veel! “De route is vlak” Ja, dat wil wel op de meseta. Om 11.00 is het al 28 graden! Te heet om dan nog veel door te lopen maar ja het moet voor het programma hè?

Postkantoor

dsc00389

Wat Sam doet is wel weer herkenbaar: spullen terugsturen die je teveel hebt ingepakt in je rugzak(20! km). Leuk, ligt er post op je te wachten als je thuiskomt 😉 . Vaak heb ik mensen naar postkantoren zien zoeken en lopen om iets terug te sturen (en mopperen als het postkantoor dicht was…) Er zijn een aantal postkantoren in Frankrijk en Spanje die vlakbij de route liggen en die kunnen blijven voortbestaan vanwege te optimistische pelgrims die veel hebben meegenomen.

Tot zover mijn commentaar. Vanavond aflevering 2. We zijn benieuwd! Meer over #laatmijmaarlopen

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Alledaagse dingen, Camino de Santiago, Inspiratie, Natuur, vervangen, Vietnam, Wandelen

Laat mij maar lopen, de camino anno 2018

Programma op NPO 1 bij MAX”Laat ze maar lopen

een bodemloze put

Wat? Ik verbaas me. Het begin van het programma “Laat mij maar lopen” heb ik gemist dus wat eraan vooraf ging weet ik niet.

Blikjes drinken?

De camino lopen in 2018 gaat héél anders dan een jaar of 12 geleden.
Ik zie twee heel vermoeide mannen op een bankje zitten en uit een blikje drinken. Dát kan ik me niet herinneren gezien te hebben toen ik de camino liep. Iedereen dronk water.  Is dat iets nieuws? En wat hoor ik even later “nee, ik bewaar die appel en banaan voor onderweg ergens”. Dat deden we niet hoor. Als er ergens eindelijk een winkeltje open was (Stéphane beweerde dat alles altijd overal nét die dag dicht was als hij er langs kwam),  dan aten we alles direct op wat we nét gekocht hadden. Heel efficiënt ook. want zo hoefde je niets in je rugzak te proppen. Reserve-voedsel hadden we wel zoals pure chocola (als het niet te warm was) een blikje sardientjes, wat noten en soms had er iemand opeens nog een half rolletje biscuits die al slof *waren. Als er een café open was, dronken we koffie en vulden we de waterfles bij.

Vroeg op!

Ik verbaas me ook over de aankomsttijd van de wandelaars in het programma, 17.00! En er komt zelfs iemand pas om 19.30 aan. Ik vraag me meteen af hoe laat ze vertrokken zijn… Dat is niet echt fijn in de hitte. Wij vertrokken rond een uur of 5.30 –  in de warme periode  en soms had je dan al terwijl je nog in je bedje lag, al het tikken van de stokken (van een wandelaar die nóg vroeger was vertrokken) gehoord. We waren eerder op dan de zon als we wisten dat die de hele dag ging schijnen. Tegen 13.00 waren we er meestal al en was het tijd voor een siesta. Vervolgens een drankje en daarna een menu del pellegrino.

Zwembad

Heel veilig hier, kwaliteit heb ik niet beoordeeld

Hè, ik heb nooit overnacht in een albergue met een zwembad. Heb ik die albergue gemist? Of is dat ook anno 2018, luxer? Dit geeft toch een geheel verkeerde indruk. Je was al blij als je  een warme douche kon nemen in de meeste albergues in Spanje.

Als ze in het dorpje El Cuba del Tierra del vino aankomen vraag ik me af waar ze in godsnaam zitten. Niet dat ik na zoveel jaar alle dorpjes bij naam weet, maar toch, ik weet zeker dat ik daar nooit gelopen heb. |Even googelen en ik zie dat ze vanaf Salamanca vertrokken zijn). Aha, lekker de heetst mogelijke route uitkiezen in een hete periode. Heeft MAX dat bedacht of hebben ze dat zelf bedacht?

Alleen op de wereld?

En waar zijn andere pelgrims? Of hebben ze gevraagd of die uit beeld konden lopen? Misschien moet ik toch maar iets meer bekijken van dit programma om alle verschillen te benoemen. Tot nu toe heb ik in het korte stukje al 1 persoon gehoord die gebeld werd terwijl ze aan het wandelen was. Kijk dat had je toen nog hélemaal niet. Hooguit ontvingen mensen een smsje en werd er meteen gevraagd of het geluid uit mocht (da’s niet zo fijn als je net ligt te slapen) O ja, sommige erg goed georganiseerde Fransen waren wel drukker in de weer met hun telefoons omdat die in eigen land soms belden om hun overnachting te  reserveren. In Spanje stopten ze daar wel weer mee omdat bellen duur was, ze geen Spaans spraken of omdat het in Spanje niet werkte. Je vond altijd wel een plekje ergens, in een kerk, ergens bij buurbewoners van de albergue in het dorp (als het opeens druk was) of bij de burgemeester van een dorpje die dan samen met zijn vrouw de hele tijd aan het tellen was hoeveel matrassen hij nog ergens vandaan moest slepen. “Had ik jou al gehad? Had jij al een matras? En jij?”

Als je nog een beetje nostalgie wilt dan kun je mijn camino-verhalen lezen, beginnen bij camino-1

Disfruta la lectura.

Buen camino!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Alledaagse dingen, Camino de Santiago, Inspiratie, Spanje, Wandelen

Spijt

{3385726C-EB59-46CA-A16C-67490E590DBD}-Compostelle_1 060Ja, spijt. Ik heb er spijt van dat ik mijn elektrische deken al opgeborgen heb ergens ver weg.
Ver weg is de lente, ver weg is de zomer

Ik had zo graag zonder koude voeten willen dromen over sneeuwwandelingen.

foto: gemaakt in Frankrijk, net vertrokken van Le Domaine Sauvage, op weg naar St. Jacques. Pas op: destijds was de ontvangst in de gite van Le Domaine Sauvage erg koeltjes. Geen idee of dit al verbeterd is?

Reacties staat uit voor Spijt

Opgeslagen onder Alledaagse dingen, Camino de Santiago, Humor

Camino 23

Als er iets belangrijk is na fysieke inspanning, is het lekker slapen. Ik heb er al eens eerder over geschreven. De camino frances, de gebruikelijke Camino de Santiago of de Chemin de St. Jacques kent meer adressen dan de Chemin d’Arles. Maar ach, ook bij de Chemin d’Arles kom je altijd wel aan een plekje. Er wordt me vaak gevraagd: hoe kom je aan die adressen?

Als je Frans spreekt is het makkelijk. Dan koop je gewoon een Franse gids, of een miam-miam-dodo-boekje. Let er dan op dat je de nieuwste editie hebt. Ze hebben ook een site.Het miam-miam staat voor eten en dodo: juist voor slapen. Je kunt op de internetlink klikken om een idee te krijgen van het MMDD-boekje. Veel Fransen hebben zo’n boekje dus als je ze lief aankijkt mag je er ook vaak eventjes in kijken om te zien waar je de volgende avond kan slapen.

Ooit zag ik een Fransman helemaal verhit zijn rugzak uitmesten. Daarna rende hij terug naar de gite. ‘Je l’ai perdu!’ Juist, dat ging over dat beroemde boekje. Gelukkig zagen we hem een uurtje later genieten van een kopje koffie terwijl hij weer in zijn Belangrijke Boekje zat te bladeren. Er staat veel in. Ook of er in dorpjes iets te eten is, of er winkels open zijn, of er een postkantoor is. Kortom: een handig boekje. Klik op: chemin de compostelle

En hoe ziet je bed er dan uit? Tja, dat kan groot zijn, of klein, een oude of een nieuwe matras hebben. Het prettige is dat als het niet goed bevalt dan weet je altijd dat je de volgende dag weer weg bent. Zorg je er wel voor dat je een ‘credencial’ hebt? Dat is een pelgrimspaspoort en daarin krijg je stempels als je ergens overnacht. Je kunt het op verschillende plekken aanschaffen. Ook al voordat je weggaat in Nederland. Kijk maar even op de site http://www.santiago.nl
Zelf kocht ik er ééntje in Arles. Bij een heel oud mannetje dat eerst een kwartier naar zijn bril ging zoeken. Zoals altijd lag die bril niet ver weg. In een prachtig handschrift schreef hij mijn naam erin. En ik kon op pad.

Ook een handige website met adressen: au coeur du chemin

Der Jakobsweg 24 – Übernachten unterwegs

Wenn es etwas gibt, das wirklich wichtig ist nach körperlicher Anstrengung, dann ist es das, herrlich zu schlafen. Ich habe darüber hier schon früher geschrieben. Der “Camino Frances”, der normale “Jakobsweg” oder der “Chemin de St. Jacques” weisen alle mehr Herbergen auf als der Chemin d’Arles. Aber, natürlich gibt es auch auf dem Chemin d’Arles Übernachtungsgelegenheiten auf dem Weg. Ich wurde oft gefragt, wie man an diese Adressen kommt.

Wenn man Französisch kann, ist es natürlich einfach. Dann kauft man einfach einen französischen Reiseführer oder ein “Miam-Miam-Dodo”-Buch. “Miam-Miam” steht fürs Essen und “Dodo” fürs Schlafen. Sie haben auch eine Website. Man kann sich die Internetsite ansehen, um zuerst einen Eindruck zu bekommen vom MMDD-Buch. Wenn man das Buch kauft, muss man nur darauf achten, dass man die aktuellste Ausgabe kauft. Viele Franzosen haben dieses Buch bei sich und wenn man sie lieb ansieht und höflich fragt, kann man sicher auch mal einen Blick in das Buch werfen, um zu schauen, wo man am nächsten Abend schlafen könnte.

Einmal beobachtete ich einen Franzosen, der ziemlich aufgeregt seinen Rucksack durchsuchte. Danach rannte er zurück zur Herberge. “Je l’ai perdu!” (“Ich habe es verloren!”) Ja, es ging genau um das berühmte MMDD-Buch. Glücklicherweise hatte er es wohl wiedergefunden, denn wir sahen ihn eine Stunde später, wie er Kaffee trank und in dem so wichtigen Buch blätterte. Es steht wirklich viel Informatives und Nützliches drin. Falls ihr selbst mal schauen wollt, klickt hier: chemin de compostelle

Und wie ist das nun mit dem Übernachten auf dem Pilgerweg? Wie sieht das Bett aus? Tja, es kann groß sein oder klein oder eine alte oder eine neue Matratze haben. Das Gute ist: Wenn einem die Herberge nicht gefällt, kann man sich immer damit trösten, dass man am nächsten Tag wieder weg sein wird. Wichtig ist, dass man einen “Credencial” hat. Das ist der Pilgerpass, und überall, wo man langs des Weges übernachtet, bekommt man einen Stempel darin. Man kann ihn an verschiedenen Verkaufsstellen kaufen. Sogar schon, bevor man überhaupt die Niederlande verlässt. Weitere Infos dazu gibt es auf www.santiago.nl

Ich habe meinen Pilgerpass in Arles gekauft. Bei einem sehr alten Mann, der erst eine Viertelstunde lang nach seiner Brille suchen musste. Wie immer, lag die Brille natürlich nicht weit weg, man muss sie halt nur finden. In einer sehr schönen Handschrift schrieb er meinen Namen auf den Pass. Und damit konnte ich dann echt anfangen mit dem Pilgern auf dem Jakobsweg.

Reacties staat uit voor Camino 23

Opgeslagen onder Camino de Santiago, Frankrijk, Humor

Camino 22

Waar waren we ook al weer gebleven op de camino? De vorige keer berichtte ik over Arles – Camino 21. Het beginpunt van Le chemin d’Arles.

Bij het VVV in Arles krijg ik een slecht leesbare kopie. De mevrouw belooft echter een prachtige route naar St. Gilles en véél mooier dan de officiële. ‘ Het is ook niet zo zwaar’ zo vertrouwt de mevrouw mij toe.’Makkelijk te vinden?’ informeer ik nog. ‘Ja hoor, geen probleem.’

Al snel na vertrek uit de stad passeer ik twee Leeuwen die rustig liggen te bakken in de zon. Dit klopt volgens mijn beschrijving. Een strakblauwe lucht, geen zuchtje wind: het ‘loopt’ goed. Wat een leven! Maar opeens verstoort geblaf in in de verte mijn blijheid.

Help! Een enorme hond. Ik durf bijna niet te kijken. Ik ben zo dom geweest om geen wandelstokken mee te nemen. Spijt! Het geblaf wordt harder en in mijn fantasie wordt de hond steeds groter en gemener. Ik kijk om me heen om te zien of er stenen liggen. Stokken dan? Niets. Wat te doen? Ik ben geen heldin als het om honden gaat. Ik ben sowieso geen heldin. Om eventjes na te denken en vooral om een confrontatie uit te stellen haal ik iets uit mijn rugzak en begin te eten. Raar gedrag waarschijnlijk. Hoe kan je nu aan eten denken als je bang bent? Ik geniet toch maar lekker van een appeltje.

Dan zie ik een wat oudere grijze meneer. Hè, die hond lijkt wel bij die man te horen. Twee wandelaars passeren me en groeten. Ik groet terug en doe alsof ik heel toevallig gewoon een appeltje sta te eten. En ondertussen is dat ook zo. De meneer komt dichterbij en groet mij. Hij wenst me zelfs een goede wandeling. De hond kwispelt een beetje en loopt mee met de man.

Ik begrijp echt niet waar ik nou zo bang voor ben geweest. Witte Camargue Paarden aan mijn linkerhand. Hè lekker denk ik: paarden achter een hek. Niets om bang voor te zijn. De route is opeens heel simpel: recht vooruit maar. Het is een soort opgeworpen dijk. Met kiezels.

Na een flinke tijd kiezels, kom ik bij een oude ijzeren spoorbrug (niet op de foto, dat is een andere brug. Kom op zeg: daar durf ik wel overheen, maar dat zou de verkeerde kant op gaan).

Er staan een rood kruis op en waarschuwingstekens. Uit de onduidelijke kopie kan ik niet opmaken of ik er nu wel of niet overheen kan. Het ziet er verroest uit. Er gaan vast geen treinen meer overheen. Kan je er doorheen zakken? Het doet me denken aan de film: ‘Stand by me’ (naar een boek van Stephen King). Dat helpt niet echt. Ik probeer een stukje de brug op te lopen en meen allerlei geluiden te horen. Onder mij een rivier. Geen grote kolkende, maar toch. Uiteindelijk loop ik de andere kant op.

Weglopen van de spoorbrug lukt inderdaad gemakkelijk. Maar het had weinig zin. Een uur later moet ik accepteren dat ik fout ben gelopen. Dan sta ik al op een troosteloos bedrijfsterrein en leg uit aan een werknemer dat ik de Chemin d’Arles aan het lopen ben.

‘Wat bent u aan het doen?!?’ Nou, eh, de Chemin d’Arles en toen kwam ik vlakbij die spoorbrug’. Hij onderbreekt me: ‘Vous êtes fou!’. Hij kijkt heel boos en ik wil nog vragen: ‘Waarom zegt u niet ‘folle?’ maar het is niet het moment. Deze meneer heeft een Hele Boze Dag en ik kom als geroepen. Een verdwaalde pelgrim. Daar weet die Boze meneer wel raad mee. Hij kijkt me nog eens afkeurend aan, van top tot teen. Heerlijk, daar zat ik net op te wachten.

Gilles du Gard is mijn eindpunt van de dag, maar ik kom niet lopend het dorp binnen. Een wonder? Nee hoor. Na veel gezucht en gesteun besluit de boze werknemer aan een andere werknemer te vragen of ik eventjes gebracht kan worden in een auto. Die werknemer zucht ook een hoop maar daar kan ik wel tegen.

Je wordt heel flexibel als pelgrim. Vooral na 2 Kleine Avonturen op één dag. Klein als je ze navertelt, maar Groot als je ze meemaakt.

Der Jakobsweg 22 – Aller Anfang ist mühsam

Wo waren wir stehen geblieben, was den Jakobsweg angeht? Voriges Mal berichtete ich über Arles – siehe “Jakobsweg 21”. Den Ausgangspunkt von “Le chemin d’Arles”.

Beim Fremdenverkehrsamt in Arles bekam ich eine schlecht lesbare Kopie. Aber die Mitarbeiterin versprach mir eine viel schönere Wanderstrecke nach St. Gilles als der offizielle Pilgerweg. “Es ist auch nicht so anstrengend”, vertraut mir die Frau an. “Ist der Weg leicht zu finden?”, frage ich noch. “Ja, ganz sicher, kein Problem”.

Kurz nachdem ich die Stadt verlassen habe, komme ich an zwei Löwenstatuen vorbei, die ruhig in der Sonne zu dösen scheinen. Oh, dann stimmt also die Beschreibung, die ich von der Frau bekommen habe! Ein strahlendblauer Himmel, keinerlei Windhauch: so lässt es sich gut wandern. Was für ein Leben. Aber plötzlich wird meine Glückseligkeit durch Hundegebell gestört. Oh je! Hilfe! Das ist ein riesiger Hund. Ich traue mich kaum, hinzusehen. Ich war so dumm, keinen Wanderstab mitzunehmen, so habe ich gar nichts, um mich zu verteidigen. Mensch! Das Gebell wird lauter und in meiner Phantasie wird der Hund immer größer und gefährlicher. Ich schaue schnell um mich, ob da irgendwo Steine liegen, mit denen ich mich verteidigen könnte. Nein, leider. Stöcke, Äste? – Nichts davon. Was soll ich jetzt bloß tun? Ich bin keine Heldin, wenn es um Hunde geht. Ich bin sowieso keine Heldin. Um mich zu beruhigen und zu überlegen, was ich tun kann – und vor allem, um eine Konfrontation mit dem Hund zu vermeiden – hole ich etwas zu Essen aus meinem Rucksack. Ziemlich merkwürdiges Verhalten wahrscheinlich. Wie kann man essen, wenn man Angst hat? Und doch, esse ich mit ziemlichem Genuss einen Apfel.

Dann sehe ich plötzlich einen etwas älteren grauhaarigen Herr. Ha, der Hund scheint zu dem Mann zu gehören. Zwei Wanderer kommen an mir vorbei und sagen mir Guten Tag. Ich grüße zurück und tue so, als stehe ich nur zufällig hier, um meinen Apfel zu essen. Und mittlerweile ist das ja auch so. Der ältere Mann kommt näher und grüßt mich. Er wünscht mir sogar eine schöne Wanderung. Der Hund wedelt mit dem Schwanz und läuft neben dem Mann her. Und ich begreife auf einmal gar nicht mehr, wovor ich nun so viel Angst gehabt habe.

Beim Weiterwandern sehe ich weiße Camargue-Pferde auf meiner linken Seite. Ich denke: “Oh, super, die Pferde sind hinter einer Hecke, kein Grund also für Angst”. Die Strecke wird auf einmal sehr einfach, ich muss nur einfach gerade aus weiter laufen. Da ist eine Art aufgeworfener Deich. Mit Kieseln. Nach einiger Zeit auf den Kieseln zu laufen, lande ich bei einer alten eisernen Eisenbahnbrücke (auf dem Foto ist eine andere Eisenbahnbrücke zu sehen, nicht die hier genannte. Über diese könnte ich natürlich gehen, aber leider wäre das dann der falsche Pfad!)

Dicht bei der Brücke stehe ein rotes Kreuz und ein Warnzeichen. Tja, aus meiner schlechten Kopie kann ich nicht herauslesen, ob ich nun über die Brücke kann oder nicht. Sie sieht ziemlich verrostet aus. Wahrscheinlich fahren da schon längst keine Züge mehr drüber. Also, was tun? Drüber laufen oder nicht? Könnte ich einbrechen dabei, weil alles so verrostet ist? Ich muss an den Film “Stand by me” denken (nach einem Buch von Stephen King). Aber, das hilft mir auch nicht so recht weiter. Ich fasse mir ein Herz und beginne, auf die Brücke zuzugehen und bilde mir ein, allerlei Geräusche zu hören. Unter mir ist ein Fluss. Kein großer wirbelnder Fluss, aber doch immerhin ein Fluss. Schließlich beschließe ich, die Brücke doch nicht zu nutzen. Wegzukommen von der Brücke ist einfach. Aber, es macht leider wenig Sinn. Denn nach einer Stunde etwa muss ich akzeptieren, dass ich in die Irre gelaufen bin. Ich stehe auf einem trostlosen Gewerbegelände und erkläre einem Arbeitnehmer, der da rum steht, dass ich den “Chemin d’Arles” am Wandern bin. “Was machen Sie???” – “Nun ja, ich wandere auf dem Chemin d’Arles, aber dann kam ich an die Eisenbahnbrücke und da war ich mir nicht mehr sicher, wie es weiter geht.” Er unterbricht mich: “Sie sind verrückt!” Er kuckt ziemlich böse und ich überlege noch, ihn zu fragen: “Warum sagen Sie nicht ‘folle” (die weibliche Form für ‘verrückt’)?”, aber das ist nicht der Moment für Spitzfindigkeiten. Dieser Mann hatte wohl ziemlich schlechte Laune und ich kam da wie gerufen. Eine verirrte Pilgerin. Man sieht ihm an, dass er darüber eine ziemlich eindeutige Meinung hat. Und wie der mich verächtlich von Kopf bis Fuß inspiziert! Genau das hat mir heute noch gefehlt!

Das Tagesziel heute ist eigentlich St. Gilles du Gard, aber ich komme nicht wandernd ins Dorf. Ein Wunder? Nein, natürlich nicht. Nach viel Geseufze und Gestöhne fragt der Mann schließlich einen Arbeitskollegen, ob er mich nicht eventuell mit dem Auto mitnehmen könnte nach St. Gilles. Der Kollege seufzt auch, aber das ist mir jetzt echt egal. Ich will nur endlich nach St. Gilles.

Als Pilger muss man flexibel sein. Vor allem, wenn man gleich zwei kleine Abenteuer an einem Tag mitgemacht hat. Nun ja, sie sind “klein”, wenn man sie rückwirkend anderen erzählt, aber während man sie aktuell erlebt, erscheinen sie einem als ziemlich “große” Abenteuer.


Reacties staat uit voor Camino 22

Opgeslagen onder Camino de Santiago, Frankrijk, Humor, Wandelen