Categorie archief: Camino de Santiago

Spijt

{3385726C-EB59-46CA-A16C-67490E590DBD}-Compostelle_1 060Ja, spijt. Ik heb er spijt van dat ik mijn elektrische deken al opgeborgen heb ergens ver weg.
Ver weg is de lente, ver weg is de zomer

Ik had zo graag zonder koude voeten willen dromen over sneeuwwandelingen.

foto: gemaakt in Frankrijk, net vertrokken van Le Domaine Sauvage, op weg naar St. Jacques. Pas op: destijds was de ontvangst in de gite van Le Domaine Sauvage erg koeltjes. Geen idee of dit al verbeterd is?

Reacties staat uit voor Spijt

Opgeslagen onder Alledaagse dingen, Camino de Santiago, Humor

Camino 23

Als er iets belangrijk is na fysieke inspanning, is het lekker slapen. Ik heb er al eens eerder over geschreven. De camino frances, de gebruikelijke Camino de Santiago of de Chemin de St. Jacques kent meer adressen dan de Chemin d’Arles. Maar ach, ook bij de Chemin d’Arles kom je altijd wel aan een plekje. Er wordt me vaak gevraagd: hoe kom je aan die adressen?

Als je Frans spreekt is het makkelijk. Dan koop je gewoon een Franse gids, of een miam-miam-dodo-boekje. Let er dan op dat je de nieuwste editie hebt. Ze hebben ook een site.Het miam-miam staat voor eten en dodo: juist voor slapen. Je kunt op de internetlink klikken om een idee te krijgen van het MMDD-boekje. Veel Fransen hebben zo’n boekje dus als je ze lief aankijkt mag je er ook vaak eventjes in kijken om te zien waar je de volgende avond kan slapen.

Ooit zag ik een Fransman helemaal verhit zijn rugzak uitmesten. Daarna rende hij terug naar de gite. ‘Je l’ai perdu!’ Juist, dat ging over dat beroemde boekje. Gelukkig zagen we hem een uurtje later genieten van een kopje koffie terwijl hij weer in zijn Belangrijke Boekje zat te bladeren. Er staat veel in. Ook of er in dorpjes iets te eten is, of er winkels open zijn, of er een postkantoor is. Kortom: een handig boekje. Klik op: chemin de compostelle

En hoe ziet je bed er dan uit? Tja, dat kan groot zijn, of klein, een oude of een nieuwe matras hebben. Het prettige is dat als het niet goed bevalt dan weet je altijd dat je de volgende dag weer weg bent. Zorg je er wel voor dat je een ‘credencial’ hebt? Dat is een pelgrimspaspoort en daarin krijg je stempels als je ergens overnacht. Je kunt het op verschillende plekken aanschaffen. Ook al voordat je weggaat in Nederland. Kijk maar even op de site http://www.santiago.nl
Zelf kocht ik er ééntje in Arles. Bij een heel oud mannetje dat eerst een kwartier naar zijn bril ging zoeken. Zoals altijd lag die bril niet ver weg. In een prachtig handschrift schreef hij mijn naam erin. En ik kon op pad.

Ook een handige website met adressen: au coeur du chemin

Der Jakobsweg 24 – Übernachten unterwegs

Wenn es etwas gibt, das wirklich wichtig ist nach körperlicher Anstrengung, dann ist es das, herrlich zu schlafen. Ich habe darüber hier schon früher geschrieben. Der “Camino Frances”, der normale “Jakobsweg” oder der “Chemin de St. Jacques” weisen alle mehr Herbergen auf als der Chemin d’Arles. Aber, natürlich gibt es auch auf dem Chemin d’Arles Übernachtungsgelegenheiten auf dem Weg. Ich wurde oft gefragt, wie man an diese Adressen kommt.

Wenn man Französisch kann, ist es natürlich einfach. Dann kauft man einfach einen französischen Reiseführer oder ein “Miam-Miam-Dodo”-Buch. “Miam-Miam” steht fürs Essen und “Dodo” fürs Schlafen. Sie haben auch eine Website. Man kann sich die Internetsite ansehen, um zuerst einen Eindruck zu bekommen vom MMDD-Buch. Wenn man das Buch kauft, muss man nur darauf achten, dass man die aktuellste Ausgabe kauft. Viele Franzosen haben dieses Buch bei sich und wenn man sie lieb ansieht und höflich fragt, kann man sicher auch mal einen Blick in das Buch werfen, um zu schauen, wo man am nächsten Abend schlafen könnte.

Einmal beobachtete ich einen Franzosen, der ziemlich aufgeregt seinen Rucksack durchsuchte. Danach rannte er zurück zur Herberge. “Je l’ai perdu!” (“Ich habe es verloren!”) Ja, es ging genau um das berühmte MMDD-Buch. Glücklicherweise hatte er es wohl wiedergefunden, denn wir sahen ihn eine Stunde später, wie er Kaffee trank und in dem so wichtigen Buch blätterte. Es steht wirklich viel Informatives und Nützliches drin. Falls ihr selbst mal schauen wollt, klickt hier: chemin de compostelle

Und wie ist das nun mit dem Übernachten auf dem Pilgerweg? Wie sieht das Bett aus? Tja, es kann groß sein oder klein oder eine alte oder eine neue Matratze haben. Das Gute ist: Wenn einem die Herberge nicht gefällt, kann man sich immer damit trösten, dass man am nächsten Tag wieder weg sein wird. Wichtig ist, dass man einen “Credencial” hat. Das ist der Pilgerpass, und überall, wo man langs des Weges übernachtet, bekommt man einen Stempel darin. Man kann ihn an verschiedenen Verkaufsstellen kaufen. Sogar schon, bevor man überhaupt die Niederlande verlässt. Weitere Infos dazu gibt es auf www.santiago.nl

Ich habe meinen Pilgerpass in Arles gekauft. Bei einem sehr alten Mann, der erst eine Viertelstunde lang nach seiner Brille suchen musste. Wie immer, lag die Brille natürlich nicht weit weg, man muss sie halt nur finden. In einer sehr schönen Handschrift schrieb er meinen Namen auf den Pass. Und damit konnte ich dann echt anfangen mit dem Pilgern auf dem Jakobsweg.

Reacties staat uit voor Camino 23

Opgeslagen onder Camino de Santiago, Frankrijk, Humor

Camino 22

Waar waren we ook al weer gebleven op de camino? De vorige keer berichtte ik over Arles – Camino 21. Het beginpunt van Le chemin d’Arles.

Bij het VVV in Arles krijg ik een slecht leesbare kopie. De mevrouw belooft echter een prachtige route naar St. Gilles en véél mooier dan de officiële. ‘ Het is ook niet zo zwaar’ zo vertrouwt de mevrouw mij toe.’Makkelijk te vinden?’ informeer ik nog. ‘Ja hoor, geen probleem.’

Al snel na vertrek uit de stad passeer ik twee Leeuwen die rustig liggen te bakken in de zon. Dit klopt volgens mijn beschrijving. Een strakblauwe lucht, geen zuchtje wind: het ‘loopt’ goed. Wat een leven! Maar opeens verstoort geblaf in in de verte mijn blijheid.

Help! Een enorme hond. Ik durf bijna niet te kijken. Ik ben zo dom geweest om geen wandelstokken mee te nemen. Spijt! Het geblaf wordt harder en in mijn fantasie wordt de hond steeds groter en gemener. Ik kijk om me heen om te zien of er stenen liggen. Stokken dan? Niets. Wat te doen? Ik ben geen heldin als het om honden gaat. Ik ben sowieso geen heldin. Om eventjes na te denken en vooral om een confrontatie uit te stellen haal ik iets uit mijn rugzak en begin te eten. Raar gedrag waarschijnlijk. Hoe kan je nu aan eten denken als je bang bent? Ik geniet toch maar lekker van een appeltje.

Dan zie ik een wat oudere grijze meneer. Hè, die hond lijkt wel bij die man te horen. Twee wandelaars passeren me en groeten. Ik groet terug en doe alsof ik heel toevallig gewoon een appeltje sta te eten. En ondertussen is dat ook zo. De meneer komt dichterbij en groet mij. Hij wenst me zelfs een goede wandeling. De hond kwispelt een beetje en loopt mee met de man.

Ik begrijp echt niet waar ik nou zo bang voor ben geweest. Witte Camargue Paarden aan mijn linkerhand. Hè lekker denk ik: paarden achter een hek. Niets om bang voor te zijn. De route is opeens heel simpel: recht vooruit maar. Het is een soort opgeworpen dijk. Met kiezels.

Na een flinke tijd kiezels, kom ik bij een oude ijzeren spoorbrug (niet op de foto, dat is een andere brug. Kom op zeg: daar durf ik wel overheen, maar dat zou de verkeerde kant op gaan).

Er staan een rood kruis op en waarschuwingstekens. Uit de onduidelijke kopie kan ik niet opmaken of ik er nu wel of niet overheen kan. Het ziet er verroest uit. Er gaan vast geen treinen meer overheen. Kan je er doorheen zakken? Het doet me denken aan de film: ‘Stand by me’ (naar een boek van Stephen King). Dat helpt niet echt. Ik probeer een stukje de brug op te lopen en meen allerlei geluiden te horen. Onder mij een rivier. Geen grote kolkende, maar toch. Uiteindelijk loop ik de andere kant op.

Weglopen van de spoorbrug lukt inderdaad gemakkelijk. Maar het had weinig zin. Een uur later moet ik accepteren dat ik fout ben gelopen. Dan sta ik al op een troosteloos bedrijfsterrein en leg uit aan een werknemer dat ik de Chemin d’Arles aan het lopen ben.

‘Wat bent u aan het doen?!?’ Nou, eh, de Chemin d’Arles en toen kwam ik vlakbij die spoorbrug’. Hij onderbreekt me: ‘Vous êtes fou!’. Hij kijkt heel boos en ik wil nog vragen: ‘Waarom zegt u niet ‘folle?’ maar het is niet het moment. Deze meneer heeft een Hele Boze Dag en ik kom als geroepen. Een verdwaalde pelgrim. Daar weet die Boze meneer wel raad mee. Hij kijkt me nog eens afkeurend aan, van top tot teen. Heerlijk, daar zat ik net op te wachten.

Gilles du Gard is mijn eindpunt van de dag, maar ik kom niet lopend het dorp binnen. Een wonder? Nee hoor. Na veel gezucht en gesteun besluit de boze werknemer aan een andere werknemer te vragen of ik eventjes gebracht kan worden in een auto. Die werknemer zucht ook een hoop maar daar kan ik wel tegen.

Je wordt heel flexibel als pelgrim. Vooral na 2 Kleine Avonturen op één dag. Klein als je ze navertelt, maar Groot als je ze meemaakt.

Der Jakobsweg 22 – Aller Anfang ist mühsam

Wo waren wir stehen geblieben, was den Jakobsweg angeht? Voriges Mal berichtete ich über Arles – siehe “Jakobsweg 21”. Den Ausgangspunkt von “Le chemin d’Arles”.

Beim Fremdenverkehrsamt in Arles bekam ich eine schlecht lesbare Kopie. Aber die Mitarbeiterin versprach mir eine viel schönere Wanderstrecke nach St. Gilles als der offizielle Pilgerweg. “Es ist auch nicht so anstrengend”, vertraut mir die Frau an. “Ist der Weg leicht zu finden?”, frage ich noch. “Ja, ganz sicher, kein Problem”.

Kurz nachdem ich die Stadt verlassen habe, komme ich an zwei Löwenstatuen vorbei, die ruhig in der Sonne zu dösen scheinen. Oh, dann stimmt also die Beschreibung, die ich von der Frau bekommen habe! Ein strahlendblauer Himmel, keinerlei Windhauch: so lässt es sich gut wandern. Was für ein Leben. Aber plötzlich wird meine Glückseligkeit durch Hundegebell gestört. Oh je! Hilfe! Das ist ein riesiger Hund. Ich traue mich kaum, hinzusehen. Ich war so dumm, keinen Wanderstab mitzunehmen, so habe ich gar nichts, um mich zu verteidigen. Mensch! Das Gebell wird lauter und in meiner Phantasie wird der Hund immer größer und gefährlicher. Ich schaue schnell um mich, ob da irgendwo Steine liegen, mit denen ich mich verteidigen könnte. Nein, leider. Stöcke, Äste? – Nichts davon. Was soll ich jetzt bloß tun? Ich bin keine Heldin, wenn es um Hunde geht. Ich bin sowieso keine Heldin. Um mich zu beruhigen und zu überlegen, was ich tun kann – und vor allem, um eine Konfrontation mit dem Hund zu vermeiden – hole ich etwas zu Essen aus meinem Rucksack. Ziemlich merkwürdiges Verhalten wahrscheinlich. Wie kann man essen, wenn man Angst hat? Und doch, esse ich mit ziemlichem Genuss einen Apfel.

Dann sehe ich plötzlich einen etwas älteren grauhaarigen Herr. Ha, der Hund scheint zu dem Mann zu gehören. Zwei Wanderer kommen an mir vorbei und sagen mir Guten Tag. Ich grüße zurück und tue so, als stehe ich nur zufällig hier, um meinen Apfel zu essen. Und mittlerweile ist das ja auch so. Der ältere Mann kommt näher und grüßt mich. Er wünscht mir sogar eine schöne Wanderung. Der Hund wedelt mit dem Schwanz und läuft neben dem Mann her. Und ich begreife auf einmal gar nicht mehr, wovor ich nun so viel Angst gehabt habe.

Beim Weiterwandern sehe ich weiße Camargue-Pferde auf meiner linken Seite. Ich denke: “Oh, super, die Pferde sind hinter einer Hecke, kein Grund also für Angst”. Die Strecke wird auf einmal sehr einfach, ich muss nur einfach gerade aus weiter laufen. Da ist eine Art aufgeworfener Deich. Mit Kieseln. Nach einiger Zeit auf den Kieseln zu laufen, lande ich bei einer alten eisernen Eisenbahnbrücke (auf dem Foto ist eine andere Eisenbahnbrücke zu sehen, nicht die hier genannte. Über diese könnte ich natürlich gehen, aber leider wäre das dann der falsche Pfad!)

Dicht bei der Brücke stehe ein rotes Kreuz und ein Warnzeichen. Tja, aus meiner schlechten Kopie kann ich nicht herauslesen, ob ich nun über die Brücke kann oder nicht. Sie sieht ziemlich verrostet aus. Wahrscheinlich fahren da schon längst keine Züge mehr drüber. Also, was tun? Drüber laufen oder nicht? Könnte ich einbrechen dabei, weil alles so verrostet ist? Ich muss an den Film “Stand by me” denken (nach einem Buch von Stephen King). Aber, das hilft mir auch nicht so recht weiter. Ich fasse mir ein Herz und beginne, auf die Brücke zuzugehen und bilde mir ein, allerlei Geräusche zu hören. Unter mir ist ein Fluss. Kein großer wirbelnder Fluss, aber doch immerhin ein Fluss. Schließlich beschließe ich, die Brücke doch nicht zu nutzen. Wegzukommen von der Brücke ist einfach. Aber, es macht leider wenig Sinn. Denn nach einer Stunde etwa muss ich akzeptieren, dass ich in die Irre gelaufen bin. Ich stehe auf einem trostlosen Gewerbegelände und erkläre einem Arbeitnehmer, der da rum steht, dass ich den “Chemin d’Arles” am Wandern bin. “Was machen Sie???” – “Nun ja, ich wandere auf dem Chemin d’Arles, aber dann kam ich an die Eisenbahnbrücke und da war ich mir nicht mehr sicher, wie es weiter geht.” Er unterbricht mich: “Sie sind verrückt!” Er kuckt ziemlich böse und ich überlege noch, ihn zu fragen: “Warum sagen Sie nicht ‘folle” (die weibliche Form für ‘verrückt’)?”, aber das ist nicht der Moment für Spitzfindigkeiten. Dieser Mann hatte wohl ziemlich schlechte Laune und ich kam da wie gerufen. Eine verirrte Pilgerin. Man sieht ihm an, dass er darüber eine ziemlich eindeutige Meinung hat. Und wie der mich verächtlich von Kopf bis Fuß inspiziert! Genau das hat mir heute noch gefehlt!

Das Tagesziel heute ist eigentlich St. Gilles du Gard, aber ich komme nicht wandernd ins Dorf. Ein Wunder? Nein, natürlich nicht. Nach viel Geseufze und Gestöhne fragt der Mann schließlich einen Arbeitskollegen, ob er mich nicht eventuell mit dem Auto mitnehmen könnte nach St. Gilles. Der Kollege seufzt auch, aber das ist mir jetzt echt egal. Ich will nur endlich nach St. Gilles.

Als Pilger muss man flexibel sein. Vor allem, wenn man gleich zwei kleine Abenteuer an einem Tag mitgemacht hat. Nun ja, sie sind “klein”, wenn man sie rückwirkend anderen erzählt, aber während man sie aktuell erlebt, erscheinen sie einem als ziemlich “große” Abenteuer.


Reacties staat uit voor Camino 22

Opgeslagen onder Camino de Santiago, Frankrijk, Humor, Wandelen

Camino 21

Pelgrimsbloed

Bij mooi weer begint het te kriebelen. Dan wil ik er op uit. Eigenlijk het liefst huppelen in mooie landschappen, banjeren door frisse bossen, zitten op lieve dorpsterrassen en sterke verhalen aanhoren en buiten eten aan lange tafels bij gemoedelijke gîtes. Juist, ik sla een beetje door en kan alleen nog maar in mooie reismagazine-taal denken.

Het zonnige weer laat op zich wachten. Ik voel me als een vlinder gekleefd tegen het raam.

We gaan nog niet meteen op weg want ik wil je eerst wat laten zien van Arles in Zuid-Frankrijk. Daar begint namelijk een route naar Santiago. Juist, je had het al verwacht? O, je kent me ondertussen? Dan weet je vast ook dat onbekendere rustige routes me wel goed bevallen. Hoewel. Op mijn eerste dag verdwaalde ik al en kende angstige momenten. Maar daarover een volgende keer meer…

De Arles-route voert langs Toulouse, vandaar de vroeger door Provençaalse en Italiaanse pelgrims gebruikte term ‘Via Tolosona‘. Sommige pelgrims die ik tegenkwam op het eerste stuk Arles – Revel hadden het niet over de Via Tolosona maar de Via Dolorosa vanwege de zwaarte op sommige stukken en de vele blaren.
Voor meer informatie over de route : deze engelstalige website

Andere site met veel informatie over alle routes: klik hier

Toeristische website van Frankrijk met beschrijving van de routes: deze website

Reacties staat uit voor Camino 21

Opgeslagen onder Camino de Santiago, Frankrijk, Wandelen

Camino 20

Waar ga ik heen?

Soms hoef je niet ver voor een Camino de Santiago-gevoel. In Utrecht krijg je dat soms als je over de Oude Gracht loopt. Daar zie je Het Teken -dat ik inmiddels zo goed ken en mij een vertrouwd gevoel geeft- tegenwoordig ook op de grond opgeplakt, zelfs in mijn eigen straat! Ik liep rechtdoor.

Op de route naar Santiago zie je overal schelpen. Soms langs de weg, soms op de grond, of boven een poort, of op een paaltje. Je kunt het zo gek niet bedenken of er ligt, staat of hangt wel ergens een gezellig schelpje.

Sommige pelgrims hangen ook een schelp aan hun rugzak. Zo had Marie Claire er ook één in het begin. Na een week vroeg Vanessa: ‘hé waar is je schelp gebleven?’. ‘Ach’ zei Marie Claire, dat ding maakte zo’n takkeherrie als ik liep en iedereen weet toch wel dat ik naar Santiago ga.’

Inderdaad. In Frankrijk plaatsen ze immers regelmatig grote duidelijke palen met vele kilometers en als je daar met je rugzakje langs loopt dan is het wel duidelijk dat je geen ommetje maakt. Waar ben je aan begonnen?

In Spanje zijn ze enthousiastere route-fanaten dan in Frankrijk want in Spanje staan er om de haverklap tekens met schelpen. Maar eigenlijk meer nog Grote Gele Pijlen. Zo’n schelp is weer een hoop werk en de Spanjaarden hebben wel wat beters te doen. De pijlen, dat moet toegegeven worden, staan wel overal: op lantaarnpalen, op het asfalt en zelfs op containers. Die dan wel altijd op de juiste manier teruggezet moeten worden…

(Tip voor mocht je vervelende Pelgrim-achtervolgers hebben. Draai de containers eens om en je hebt meteen een dag voorsprong op hen. Hè, hoe kan ik dat nou bedenken: pelgrims houden toch allemaal van elkaar?)

Als je helemaal moe in een plaatsje aankomt, dan snappen Spanjaarden ook heel goed dat je géén zin hebt om naar de herberg te zoeken: die is dus voor het gemak aangegeven met een grote pijl.

Kijk dat mis ik nou weleens in het Dagelijks Leven off the Camino: gewoon een duidelijke Gele Pijl die mij vertelt welke kant ik op moet. Naar links, rechts of rechtdoor? Ik heb laatst maar weer gekozen voor rechtdoor. Maar ik heb al een tijd geen pijlen meer gezien…

1 reactie

Opgeslagen onder Alledaagse dingen, Camino de Santiago, Humor, Spanje

Camino 19

Een vreemde plek

Tussen mijn vele foto’s van de Camino de Santiago vond ik deze. Je begrijpt al meteen dat San Bol, ergens voorbij Burgos (Noord-Spanje) een bijzondere overnachtingsplek is. En ze zijn er erg milieubewust.

Ik kan me herinneren dat we al een tijdje door een uitgestrekt landschap liepen met heel veel klaprozen. En daar stond aan de linkerkant van de weg een bordje, bedoeld om je te verleiden tot een overnachting. San Bol, met toilet, zwembad en sauna!D ie ziet er vast anders uit dan je verwacht. Zo verging het ons ook.

Alles ziet er anders uit in San Bol.We raakten een beetje de kluts kwijt. Binnen was de wand vol met psychedelische tekeningen en er stond eten klaar alsof wij onze komst telefonisch hadden aangekondigd.

Een Hongaarse en een Italiaanse jongen runden de plek maar we begrepen hen niet echt. Lag dat aan hun Spaans dat geen Spaans was? Of omdat ze er al te lang – een jaar? – zaten. De Italiaanse jongen las een moeilijk boek en mompelde dat de ‘De wind je hier gek maakte’. Hij voerde vage gesprekken met een oudere Spanjaard die op een krakkemikkige fiets reed. ‘Ik woon verderop’. Ik tuurde in de verte maar er was in geen velden of wegen een andere bewoonbare plek te zien.

Ondertussen was Iluminacion, een andere pelgrim aangekomen. Hij maakte het vreemde tafereel compleet door een paar uur uitgeteld op een bed te gaan liggen om vervolgens aan te kondigen dat hij naar het volgende dorp ging. ‘Ik voel me niet in orde dus ik loop door. Eerst ga ik nog even naar dat toilet’.

Het bijzondere toilet. Compleet met vastgemetselde tandenborstel en andere rare objecten. En als je zin had: er lag gereedschap bij om het toilet af te maken. Trouwens: je kon ècht doortrekken. Of zoals de Hongaarse jongen zei: ‘ We zijn van alle gemakken voorzien, mensen willen altijd zoveel luxe’.

Wij voerden die avond vreemde gesprekken bij een prachtige zonsondergang en hoorden de wind waar je gek van kon worden. San Bol. Soms denk ik dat het een vreemde droom was. Maar ja, ik heb de foto’s nog…

2 reacties

Opgeslagen onder Camino de Santiago, Spanje, Wandelen

Camino 18

Van een lastige hond en een snelle auto

Soms heb je van die dagen dat het een beetje tegenzit. Zo’n dag had ik ook op de camino. Ik had een beetje last van mijn enkel en besloot rustiger aan te doen.

Vanessa was al vooruit gegaan en we zouden elkaar ergens in een dorpje ontmoeten. Waar precies daar zouden we elkaar een smsje over sturen. En dat verliep niet zonder problemen.

1. In het gebied waar we zaten, hadden we niet overal bereik. Als het dan al lukte om een berichtje te sturen, dan kwam het veel later aan.

2. Vanessa dacht dat er maar 1 dorpje was dat St. Eulalie heette. Er bleken 3 dorpjes met bijna dezelfde naam. ‘Ik sta nu op het plein, waar ben jij?’ heb ik 2x moeten verzenden.

3. Opeens zag ik in een dorpje een telefooncel: even bellen was handiger dan al die berichtjes! Ik zette mijn rugzak tegen de telefooncel en duwde de deur open. Terwijl ik haar nummer opzocht, kwam er opeens een hond aan, tilde zijn poot op en plaste een hele lange plas tegen….. mijn rugzak. Een vrouw kwam meteen aanlopen: il n’a jamais fait ça! (dat heeft ie nog nooit gedaan). Nee, dat kon wel zijn maar vanaf nu kon ze dat niet meer zeggen. Vanessa hoorde mijn kreet van afschuw waarschijnlijk wel, maar ik vergat het gesprek en hing op.

Voor ik het wist ging ik met de bazin van de hond (én de hond) mee naar haar huis om de rugzak door haar professioneel te laten schoonmaken. Het huis lag wat verderop en ik moest 4 trappen op en hield de rugzak ver van me af. Boven zaten nog meer honden en die vonden mijn rugzak interessant materiaal. Ondertussen liep ik nu Vanessa mis, dat zou ik zelfs met hardlopen niet inhalen.

Toen de rugzak schoongemaakt was, verliet ik snel het huis. Na een tijdje lopen zag ik opeens dat het halve dorp achter me aan liep en er werd iets geroepen. Ik stopte. Het bleek dat ik mijn kaart was vergeten en de vrouw had wat mensen ingeschakeld die mij allemaal probeerden in te halen. Blijkbaar liep ik erg hard.

Het bleek dat het niet de gehele kaart was, dus moest ik weer terug naar het huis… Wat een vertraging. Ik besloot te gaan liften toen ik eenmaal met de redelijk schone rugzak (die wel erg naar afwasmiddel stonk) én de gehele kaart en wat koekjes van dorpsbewoners het dorp had verlaten.

Aan het mannetje dat me een lift geeft, vertel ik van mijn pech en dat ik probeerde Vanessa weer te bereiken. Hij maakt er zijn persoonlijke missie van en scheurt weg terwijl hij roept: ‘On va la rattrapper, mais oui, on va la rattrapper!’ (we gaan haar inhalen!).

Uiteindelijk bereiken we het Echte dorpje Eulalie. Vanessa is nergens te bekennen. Ik neem plaats op een centrale plek in het dorp. Nog geen 10 minuten later komt Vanessa de hoek om lopen en we kijken elkaar lachend aan. ‘Nou Juffie, leg jij me nou maar eens uit wat er allemaal gebeurde in die telefooncel!’

Reacties staat uit voor Camino 18

Opgeslagen onder Alledaagse dingen, Camino de Santiago, Creativiteit, Frankrijk, Humor