Tagarchief: Camino de Santiago

Walking the camino

CaminoEven dacht ik dat het ging om ordinair jatwerk: was dat niet mijn foto van de Camino? Maar nee, het blijken foto’s van iemand anders die de Camino ook gelopen heeft. Walking the Camino is de titel van een film die op zaterdag 13 september, zondag 14 september, maandag 15 september en vrijdag 19 september te zien is in Vlissingen.  Niet te verwarren met een andere film die Martin Sheen maakte *(“The Way”)Klik hier voor de link van Walking the Camino.

Reserveren voor de documentaire

Dat is vast wenselijk. Op de eigen website staat de trailer en wat Blog posts. De documentaire krijgt goede kritieken dus komt hij hopelijk naar Utrecht, naar het Louis Hartlooper Complex.

Stadswandeling Vlissingen

In het 16th International Film Festival by the sea in Vlissingen koppelen ze er ook stadswandelingen “walking the Camino” aan vast als je daar interesse in hebt. Vlissingen was van 1380 tot 1550 een bedevaartsoord met een Mariabeeld in zee. Ook de Vlissingse St Jacobskerk was een bedevaartsoord.

Middelburg – staat alles er nog?

Ooit – 1997 geloof ik-  kwamen we langs Zeeland op weg naar Santiago. Dat was de 1e keer en toen was het op de fiets. Vlissingen kan ik me niet herinneren, wel een geldautomaat in Middelburg en allerlei protestbriefjes die in de hele stad hingen omdat er iets  (?) afgebroken dreigde te worden en ik herinner me vaag een nieuw stadsbestuur met vast hele grote plannen. Ik hoop voor de Middelburgers dat ze er niet teveel onder geleden hebben.

De route die wij toen op de fiets volgden, is te vinden in de boekjes van C. Sweerman

FOTO_300Saint James Way

Zelf weet ik maar al te goed hoeveel Jacobskerken je tegenkomt op je tocht naar Santiago (juist Jacob). Slim om de film de titel walking the camino te geven omdat de route naar Santiago onder allerlei namen bekend is. Zo noemen de Engelstaligen hem “St. James Way” en spreken de Fransen over “le chemin de St. Jacques”.

“Walking the Camino” follows six key pilgrims: Samantha Gilbert (Brazil/UK), Tomas Moreno (Portugal), Anne-Marie “Misa” Misser (Denmark), Wayne Emde (Canada), Tatiana Jacquot (France) and Annie O’Neil (USA and a co-producer of the film). Of course there are others who come in and out, hostellers who comment as well as a bishop and a Franciscan priest.

met DoloresMocht Vlissingen te ver zijn en wil je toch graag vast lezen over de Camino: bekijk dan mijn camino-verhalen (kolom rechts). Bij mij zijn het niet Samantha, Tomas, Anne-Marie, Wayne, Tatiana en Annie maar Vanessa, Francois, Laszlo, Michel, Charles,  Marie-Claire, een priester en Dolores die niet de hele camino liep (op de foto) en nog een aantal anderen

 

 

Kies voor de meeste weerstand!

SpanjeWandelschoenen
Prof.Dr. Erik Scherder was al een keer in DWDD om erover te vertellen. Wat een rijkdom, op internet colleges over uiteenlopende onderwerpen. Net iets geleerd van de neuropsycholoog Erik Scherder dat ik graag wil delen voor ik mijn wandelschoenen aantrek.

Je geheugen
“Gaat je geheugen kapot als je teveel voor de computer hangt”
Waarom kun je beter niet de roltrap nemen?
Waarom zijn de eerste 25-30 levensjaren zo belangrijk?

Krijgt u ook al zin om neuropsychologie te gaan studeren, of misschien liever de Camino de Santiago lopen?

Moven
Naar buiten! Minstens een half uur, nu, vandaag nog, of in uw middagpauze.
Buen camino!


ps: kan het kabinet hem er niet bij halen als adviseur voor de plannen in het onderwijs en de gezondheidszorg? Hoeveel bewegen “onze” politici per dag??

Het is gelukt!

Lente Mijn privé-exporteer Meneer heeft mijn ‘oude’ blog in zijn geheel kunnen redden. Vanaf 2006 blog ik al.

De Camino de Santiago, Frankrijk, Franse muziek, Mijn Kookalfabet van A tot …. waar ik nog niet mee klaar ben, en meer.

Als ik de marketing mensen mag geloven, had ik me al lang weer tot andere websites moeten richten zoals Pinterest. Voor Tumblr ben ik te oud lijkt me zo. Zitten jullie al op Pinterest?

Als ik lang genoeg wacht, ben ik voor alles te oud. Dat is een hele geruststelling. Daar hoef ik niet eens iets voor te doen.

Al met al een geslaagde dag!

O ja: nu je dit gelezen hebt, geef ik je de link: lees verder op mijn Andere Blog

Camino 22

Waar waren we ook al weer gebleven op de camino? De vorige keer berichtte ik over Arles – Camino 21. Het beginpunt van Le chemin d’Arles.

Bij het VVV in Arles krijg ik een slecht leesbare kopie. De mevrouw belooft echter een prachtige route naar St. Gilles en véél mooier dan de officiële. ‘ Het is ook niet zo zwaar’ zo vertrouwt de mevrouw mij toe.’Makkelijk te vinden?’ informeer ik nog. ‘Ja hoor, geen probleem.’

Al snel na vertrek uit de stad passeer ik twee Leeuwen die rustig liggen te bakken in de zon. Dit klopt volgens mijn beschrijving. Een strakblauwe lucht, geen zuchtje wind: het ‘loopt’ goed. Wat een leven! Maar opeens verstoort geblaf in in de verte mijn blijheid.

Help! Een enorme hond. Ik durf bijna niet te kijken. Ik ben zo dom geweest om geen wandelstokken mee te nemen. Spijt! Het geblaf wordt harder en in mijn fantasie wordt de hond steeds groter en gemener. Ik kijk om me heen om te zien of er stenen liggen. Stokken dan? Niets. Wat te doen? Ik ben geen heldin als het om honden gaat. Ik ben sowieso geen heldin. Om eventjes na te denken en vooral om een confrontatie uit te stellen haal ik iets uit mijn rugzak en begin te eten. Raar gedrag waarschijnlijk. Hoe kan je nu aan eten denken als je bang bent? Ik geniet toch maar lekker van een appeltje.

Dan zie ik een wat oudere grijze meneer. Hè, die hond lijkt wel bij die man te horen. Twee wandelaars passeren me en groeten. Ik groet terug en doe alsof ik heel toevallig gewoon een appeltje sta te eten. En ondertussen is dat ook zo. De meneer komt dichterbij en groet mij. Hij wenst me zelfs een goede wandeling. De hond kwispelt een beetje en loopt mee met de man.

Ik begrijp echt niet waar ik nou zo bang voor ben geweest. Witte Camargue Paarden aan mijn linkerhand. Hè lekker denk ik: paarden achter een hek. Niets om bang voor te zijn. De route is opeens heel simpel: recht vooruit maar. Het is een soort opgeworpen dijk. Met kiezels.

Na een flinke tijd kiezels, kom ik bij een oude ijzeren spoorbrug (niet op de foto, dat is een andere brug. Kom op zeg: daar durf ik wel overheen, maar dat zou de verkeerde kant op gaan).

Er staan een rood kruis op en waarschuwingstekens. Uit de onduidelijke kopie kan ik niet opmaken of ik er nu wel of niet overheen kan. Het ziet er verroest uit. Er gaan vast geen treinen meer overheen. Kan je er doorheen zakken? Het doet me denken aan de film: ‘Stand by me’ (naar een boek van Stephen King). Dat helpt niet echt. Ik probeer een stukje de brug op te lopen en meen allerlei geluiden te horen. Onder mij een rivier. Geen grote kolkende, maar toch. Uiteindelijk loop ik de andere kant op.

Weglopen van de spoorbrug lukt inderdaad gemakkelijk. Maar het had weinig zin. Een uur later moet ik accepteren dat ik fout ben gelopen. Dan sta ik al op een troosteloos bedrijfsterrein en leg uit aan een werknemer dat ik de Chemin d’Arles aan het lopen ben.

‘Wat bent u aan het doen?!?’ Nou, eh, de Chemin d’Arles en toen kwam ik vlakbij die spoorbrug’. Hij onderbreekt me: ‘Vous êtes fou!’. Hij kijkt heel boos en ik wil nog vragen: ‘Waarom zegt u niet ‘folle?’ maar het is niet het moment. Deze meneer heeft een Hele Boze Dag en ik kom als geroepen. Een verdwaalde pelgrim. Daar weet die Boze meneer wel raad mee. Hij kijkt me nog eens afkeurend aan, van top tot teen. Heerlijk, daar zat ik net op te wachten.

Gilles du Gard is mijn eindpunt van de dag, maar ik kom niet lopend het dorp binnen. Een wonder? Nee hoor. Na veel gezucht en gesteun besluit de boze werknemer aan een andere werknemer te vragen of ik eventjes gebracht kan worden in een auto. Die werknemer zucht ook een hoop maar daar kan ik wel tegen.

Je wordt heel flexibel als pelgrim. Vooral na 2 Kleine Avonturen op één dag. Klein als je ze navertelt, maar Groot als je ze meemaakt.

Der Jakobsweg 22 – Aller Anfang ist mühsam

Wo waren wir stehen geblieben, was den Jakobsweg angeht? Voriges Mal berichtete ich über Arles – siehe “Jakobsweg 21”. Den Ausgangspunkt von “Le chemin d’Arles”.

Beim Fremdenverkehrsamt in Arles bekam ich eine schlecht lesbare Kopie. Aber die Mitarbeiterin versprach mir eine viel schönere Wanderstrecke nach St. Gilles als der offizielle Pilgerweg. “Es ist auch nicht so anstrengend”, vertraut mir die Frau an. “Ist der Weg leicht zu finden?”, frage ich noch. “Ja, ganz sicher, kein Problem”.

Kurz nachdem ich die Stadt verlassen habe, komme ich an zwei Löwenstatuen vorbei, die ruhig in der Sonne zu dösen scheinen. Oh, dann stimmt also die Beschreibung, die ich von der Frau bekommen habe! Ein strahlendblauer Himmel, keinerlei Windhauch: so lässt es sich gut wandern. Was für ein Leben. Aber plötzlich wird meine Glückseligkeit durch Hundegebell gestört. Oh je! Hilfe! Das ist ein riesiger Hund. Ich traue mich kaum, hinzusehen. Ich war so dumm, keinen Wanderstab mitzunehmen, so habe ich gar nichts, um mich zu verteidigen. Mensch! Das Gebell wird lauter und in meiner Phantasie wird der Hund immer größer und gefährlicher. Ich schaue schnell um mich, ob da irgendwo Steine liegen, mit denen ich mich verteidigen könnte. Nein, leider. Stöcke, Äste? – Nichts davon. Was soll ich jetzt bloß tun? Ich bin keine Heldin, wenn es um Hunde geht. Ich bin sowieso keine Heldin. Um mich zu beruhigen und zu überlegen, was ich tun kann – und vor allem, um eine Konfrontation mit dem Hund zu vermeiden – hole ich etwas zu Essen aus meinem Rucksack. Ziemlich merkwürdiges Verhalten wahrscheinlich. Wie kann man essen, wenn man Angst hat? Und doch, esse ich mit ziemlichem Genuss einen Apfel.

Dann sehe ich plötzlich einen etwas älteren grauhaarigen Herr. Ha, der Hund scheint zu dem Mann zu gehören. Zwei Wanderer kommen an mir vorbei und sagen mir Guten Tag. Ich grüße zurück und tue so, als stehe ich nur zufällig hier, um meinen Apfel zu essen. Und mittlerweile ist das ja auch so. Der ältere Mann kommt näher und grüßt mich. Er wünscht mir sogar eine schöne Wanderung. Der Hund wedelt mit dem Schwanz und läuft neben dem Mann her. Und ich begreife auf einmal gar nicht mehr, wovor ich nun so viel Angst gehabt habe.

Beim Weiterwandern sehe ich weiße Camargue-Pferde auf meiner linken Seite. Ich denke: “Oh, super, die Pferde sind hinter einer Hecke, kein Grund also für Angst”. Die Strecke wird auf einmal sehr einfach, ich muss nur einfach gerade aus weiter laufen. Da ist eine Art aufgeworfener Deich. Mit Kieseln. Nach einiger Zeit auf den Kieseln zu laufen, lande ich bei einer alten eisernen Eisenbahnbrücke (auf dem Foto ist eine andere Eisenbahnbrücke zu sehen, nicht die hier genannte. Über diese könnte ich natürlich gehen, aber leider wäre das dann der falsche Pfad!)

Dicht bei der Brücke stehe ein rotes Kreuz und ein Warnzeichen. Tja, aus meiner schlechten Kopie kann ich nicht herauslesen, ob ich nun über die Brücke kann oder nicht. Sie sieht ziemlich verrostet aus. Wahrscheinlich fahren da schon längst keine Züge mehr drüber. Also, was tun? Drüber laufen oder nicht? Könnte ich einbrechen dabei, weil alles so verrostet ist? Ich muss an den Film “Stand by me” denken (nach einem Buch von Stephen King). Aber, das hilft mir auch nicht so recht weiter. Ich fasse mir ein Herz und beginne, auf die Brücke zuzugehen und bilde mir ein, allerlei Geräusche zu hören. Unter mir ist ein Fluss. Kein großer wirbelnder Fluss, aber doch immerhin ein Fluss. Schließlich beschließe ich, die Brücke doch nicht zu nutzen. Wegzukommen von der Brücke ist einfach. Aber, es macht leider wenig Sinn. Denn nach einer Stunde etwa muss ich akzeptieren, dass ich in die Irre gelaufen bin. Ich stehe auf einem trostlosen Gewerbegelände und erkläre einem Arbeitnehmer, der da rum steht, dass ich den “Chemin d’Arles” am Wandern bin. “Was machen Sie???” – “Nun ja, ich wandere auf dem Chemin d’Arles, aber dann kam ich an die Eisenbahnbrücke und da war ich mir nicht mehr sicher, wie es weiter geht.” Er unterbricht mich: “Sie sind verrückt!” Er kuckt ziemlich böse und ich überlege noch, ihn zu fragen: “Warum sagen Sie nicht ‘folle” (die weibliche Form für ‘verrückt’)?”, aber das ist nicht der Moment für Spitzfindigkeiten. Dieser Mann hatte wohl ziemlich schlechte Laune und ich kam da wie gerufen. Eine verirrte Pilgerin. Man sieht ihm an, dass er darüber eine ziemlich eindeutige Meinung hat. Und wie der mich verächtlich von Kopf bis Fuß inspiziert! Genau das hat mir heute noch gefehlt!

Das Tagesziel heute ist eigentlich St. Gilles du Gard, aber ich komme nicht wandernd ins Dorf. Ein Wunder? Nein, natürlich nicht. Nach viel Geseufze und Gestöhne fragt der Mann schließlich einen Arbeitskollegen, ob er mich nicht eventuell mit dem Auto mitnehmen könnte nach St. Gilles. Der Kollege seufzt auch, aber das ist mir jetzt echt egal. Ich will nur endlich nach St. Gilles.

Als Pilger muss man flexibel sein. Vor allem, wenn man gleich zwei kleine Abenteuer an einem Tag mitgemacht hat. Nun ja, sie sind “klein”, wenn man sie rückwirkend anderen erzählt, aber während man sie aktuell erlebt, erscheinen sie einem als ziemlich “große” Abenteuer.


Camino 21

Pelgrimsbloed

Bij mooi weer begint het te kriebelen. Dan wil ik er op uit. Eigenlijk het liefst huppelen in mooie landschappen, banjeren door frisse bossen, zitten op lieve dorpsterrassen en sterke verhalen aanhoren en buiten eten aan lange tafels bij gemoedelijke gîtes. Juist, ik sla een beetje door en kan alleen nog maar in mooie reismagazine-taal denken.

Het zonnige weer laat op zich wachten. Ik voel me als een vlinder gekleefd tegen het raam.

We gaan nog niet meteen op weg want ik wil je eerst wat laten zien van Arles in Zuid-Frankrijk. Daar begint namelijk een route naar Santiago. Juist, je had het al verwacht? O, je kent me ondertussen? Dan weet je vast ook dat onbekendere rustige routes me wel goed bevallen. Hoewel. Op mijn eerste dag verdwaalde ik al en kende angstige momenten. Maar daarover een volgende keer meer…

De Arles-route voert langs Toulouse, vandaar de vroeger door Provençaalse en Italiaanse pelgrims gebruikte term ‘Via Tolosona‘. Sommige pelgrims die ik tegenkwam op het eerste stuk Arles – Revel hadden het niet over de Via Tolosona maar de Via Dolorosa vanwege de zwaarte op sommige stukken en de vele blaren.
Voor meer informatie over de route : deze engelstalige website

Andere site met veel informatie over alle routes: klik hier

Toeristische website van Frankrijk met beschrijving van de routes: deze website

Camino 9

Hindernissen op je pad

Mijn Hindernissen gaan vaak over de moeilijkheden om van plaats A naar B te komen. Op de fiets, of met de trein of wandelend. Als je zoals ik vaak op pad bent, dan kom je weleens wat op dat pad tegen. En dat ligt dan in de weg.

Mooie kalenderplaatjes van de camino hebben jullie al gezien. Daarom iets uit de collectie: hoe het ook weleens gaat. We waren hier (foto 1) al blij dat we weer op de route zaten! Er ging namelijk een enorme hindernis aan vooraf…

Samen met Britt en Laszlo had ik besloten om van de gebaande paden van de Camino de Santiago af te gaan. Andere Pelgrims gingen grotendeels over asfalt. Saai vonden we, en niet stoer. Wij, als echte Pelgrims, wilden Dwars door de Natuur gaan. Een op het eerste gezicht heel betrouwbaar Spaans boekje dat Laszlo had, zou ons gidsen.

Al snel waren we niet waar we moesten zijn. In de verte kwam er een boer aan op een tractor. Voordat hij dichtbij was begon hij al in een waterval van woorden uit te leggen dat we fout zaten. Britt en Laszlo verstonden alleen: ‘muy complicado’. Laszlo, die ook muy complicado kon zijn, wilde niet naar de boer luisteren. We liepen nog een uur of wat te dwalen.’ Onder de schrammen vanwege dat Dwars door de Natuur. Laszlo, nog steeds dwars, wilde nog niet opgeven.

Toen de boer voor de 2e keer aan kwam rijden en al van verre, gebarend naar de struiken, riep: ‘muy, muy complicado’ vond ook Laszlo het genoeg geweest. We liepen naar de grote weg en konden invoegen in de stroom van Verstandige Pelgrims Zonder schrammen en moesten uitleggen waar wij nou in godsnaam vandaan kwamen.

Camino 6

Ontmoetingen

Tussen de mooie landschappen door, waren er de bijzondere ontmoetingen.



De liefste, oudste zuster in het klooster in St. Chely. Aan tafel hielp ik haar omdat ze worstelde met vlees dat de kok op een prikkertje hadden gedaan. Haar handen beefden, ze kreeg het er niet af. Ik hoop dat het haar nog steeds goed gaat en dat de kok niet meer van die onhandige prikkertjes maakt.



In Ostaba, Baskenland was er de Grote Baskische kok. Toen ik een opmerking maakte over zijn mooie Baskische pet, zei hij met zware stem: Het gaat niet om de pet, het gaat om het Hart en dat is Baskisch! Zijn hart was, net als hijzelf, groot. Hij gaf ons de keuze tussen 3 toetjes. Mij klonk het allemaal lekker en ik zei hem niet te kunnen kiezen. Hij gaf ze mij allemaal.

Dan was er de boer die vriendelijk groette. Hij was de pelgrims nog niet zat. Ik complimenteerde hem met zijn mooie koeien. ‘Die zijn Nederlands’. ‘O ja, net als ik’. Voordat we het wisten, stonden we een half uur uitgebreid te praten. Ik moest eigenlijk verder wandelen. Hij moest eigenlijk weer aan het werk. Toch namen we allebei de tijd. Waarom liep ik naar Santiago (in het Frans St. Jacques)? Zou dat ook iets voor hem zijn? Hij bleek Jacques te heten en allebei vonden we dat hij zeker een keer naar St. Jacques moest gaan lopen. De route liep immers al langs zijn boerderij.