Tagarchief: scannen

IFFR Rotterdam – Charlie’s Country

Scannen met apparaat of toch maar weer met het blote oog?

Het IFFR en de scanapparaten

Ga ik het hebben over de scanapparaten voor de e-tickets? Welnee, ze doen het meestal niet, of er zijn te weinig scanners … immers er zijn  vrijwilligers op het festival die met een bionisch oog je ticket zomaar zonder scanner kunnen controleren en  vrolijk roepen: “Ja, in orde”.

Scannertje mee

Zijn er inmiddels al voldoende scanners zo na een dag of 3? Tip voor de vrijwilligers: kom op tijd, en neem een scanner of 3 mee aangezien er altijd wel één of twee kapot zijn en je collega het te druk heeft.

CharlieLaat ik het hebben over een film die in ieder geval dik in orde is en waar de handen flink op elkaar gingen: Charlie’s Country van Rolf de Heer. De Australische regisseur Rolf de Heer met het droevige verhaal van een oudere Aboriginal Charlie, die zich terugtrekt in de bush, zijn eigen ‘country’,  als de politie zijn traditionele speer in beslag neemt. De Aboriginal wordt gespeeld door David Gulpilil. Op het filmfestival in Cannes 2014 won hij de prijs voor de beste acteur (un certain regard). Rolf heeft al vaker met hem gewerkt (Ten Canoes) en dat begrijp je direct als je David ziet. Je blijft maar kijken naar deze expressieve man die ook pijnlijk verdrietig kan kijken.

Nederlandse Roots

Trouwens Australische regisseur? Klinkt het niet Nederlands, dat Rolf. Juist, een Nederlander van geboorte die Nederland op achtjarige leeftijd verliet en moest lachen toen hij ons, IFFR-publiek,  vertelde in de Q&A dat hij die ochtend een klein cupje “PINDAKAAS” zag en dat herkende. Nederlands sprak hij echter niet meer behalve dan de zin in het Nederlands “Ik ben in Nederland geboren maar ik spreek geen Nederlands.” of iets van die strekking.

Vooraf

Hij wenste ons veel plezier vooraf aan de film en voegde eraan toe dat het nu niet meer zijn film, maar onze film was geworden en hij benieuwd was naar hoe wij het zouden ervaren.

Pas op Spoiler Charlie’s Country

Wat hij vertelde over zijn film Charlie’s Country gebeurde in het Engels. Met bijzonder veel humor vertelt hij hoe hij samen met de hoofdrolspeler David Gulpilil het script heeft geschreven. Dat gebeurde terwijl David nog “in treatment” zat om van de alcohol af te komen en daarom noemt Rolf de Heer het een scriptment met ook de nodige humor. Hij bevestigt wat ik al eerder had gelezen in The Guardian – about David Gulpilil: namelijk dat er veel uit Davids eigen leven in de film zit, maar niet alles. Zo heeft David nooit echt in de bush gewoond.  Wel, zo verteld Rolf, is hij teruggegaan naar de plek waar hij vandaan komt, zo mogelijk nog veel afgelegener dan de plek waar de film is opgenomen (Ramingining in Arnhem Land). Rolf weet niet meer precies wie wat heeft verzonnen, ze hebben het echt samen gedaan. Weliswaar deed hij het schrijfwerk, dat dan weer wel.

Veranderen films de wereld?

Er zat nog veel meer humor en wijsheid in zijn verhaal. Zo vertelde hij dat hij een film had gemaakt waar niemand naar gekeken had maar waarmee hij de wereld had willen veranderen. “Zo werkt dat niet met films. Don’t try to dominate but join in the discussion” was zo ongeveer de les die hij daarvan geleerd had. En op een vraag uit het IFFR-publiek uit de Q&A

Hoe vonden de aboriginals de film?

verhaalde hij over de open-air bush screening voor aboriginals. “Opeens was er een hondengevecht zoals er velen zijn en niemand keek meer naar de film, iedereen was met die honden bezig”en toen dat afgelopen was, zagen ze net de aftiteling al. Ze vonden de film mooi trouwens.

De regisseur gaf een interview voor VPRO cinema.nl dat nog te zien en beluisteren is. En als je dan toch aan het luisteren ben, geniet dan van de piano-muziek die Graham Tardif bij de muziek maakte. Dat maakte de film nog gevoeliger. Een prachtig document. Volgens mij gaat de film na het IFFR het land door zodat veel meer mensen dit kunnen zien.

Ik weet het toevallig

IMG_1860.JPGVerleiding
We staan in een klein rijtje achter een klant die een mandje vol aanbiedingen bij elkaar gewinkeld heeft.
Klant: “Deze producten zijn allemaal goedkoper vanwege de aanbiedingen, maar ik zie dat de gewone prijs is aangeslagen, dus dat is te veel”.
‘Welke producten bedoelt u?”
“Dit hier, ze houdt een brood omhoog, en dit.”
De cassière kijkt in paniek rond. Ja eh, nou ja, u hebt al betaald en ik heb de artikelen al gescant”.
“Ja??”

Henk
“Eh. Ze roept “Henk”, Hehenk”. Medewerker Henk stond net bij de groente en komt aangelopen.
“Hoe doe ik dat, deze mevrouw hier wil geld terug”. Het klinkt alsof de mevrouw wel heel erg op haar strepen staat. Henk overziet de situatie en heeft een kalmerende werking op zijn collega. Hij legt geduldig uit wat er moet gebeuren, het klinkt niet al te ingewikkeld. Jij zou het ook kunnen.

Ik help wel even
Ondertussen komt er een andere klantvriendelijke medewerker en zegt tegen de rij wachtenden: “Ja, ik kan verder niet helpen met Dat Systeem maar u kunt wel bij mij komen, bij deze kassa”.
Ik kijk naar de mevrouw-klant voor me die van alles op de band heeft liggen. Zelf heb ik mijn spullen zo bij elkaar maar zij mag natuurlijk eerst.
Dat wil ze niet “al die spullen”, ze kijkt met een “teveel gedoe-blik”, dan wil ze wel en dan weer niet, uiteindelijk als ze toch besluit om de boodschappen te verplaatsen, is de medewerker al bezig mijn spullen te scannen en ziet tot zijn schrik dat ik een statiegeldbonnetje heb.

Henk Helpt
“Henk. Hehenk, kun je even komen, ik weet niet hoe ik dit moet scannen en verrekenen”.
Volgens mij moet Henk binnenkort maar eens kassa-training geven. Henk zegt zelf terwijl hij zijn schouders ophaalt: “ik zit nooit achter de kassa maar ik weet het toevallig“.
Als werkgever heb je dus medewerkers nodig die iets toevallig weten.
Dat ben ik toevallig te weten gekomen.